|
Een
verloren zoon
(Opgedragen aan de Arubaanse verzetstrijder B. Ecury)
Langs
kelderluiken
marcheerden hoge laarzen,
tussen gestreepte pyama's
die sneden door de waterplas
van geplenste regendruppels.
De bommentrechters,
onthoofde kinderpoppen,
gekuisde dieren op straat,
en doorzeefde lichamen,
knepen m'n keel dicht.
Mijn innerlijke
kwam in beroering,
tegen de overheersing
van ziel en geest,
op eigen bodem.
Alsof ik nooit eerder
de dood in eigen ogen zag,
in mijn brief aan vader,
als een verloren zoon,
later aIs standbeeld.
Niet in Auschwitzs,
maar dichterbij,
de Waalsdorpervlakte.
Een vriend van verdiensten.
Met een glimlach op de lippen.
|