|
Embryo
Als een ontheemde slang,
kwam je tot leven.
Vanuit je catacombe,
klonken vrijheidsliederen,
uit de slaventijd.
Vanachter
een gordijn,
trad je naar voren,
geheel in het donker,
lijf aan lijf van liefde,
die het gezicht streelde.
Heen en weer schuivend,
over de zandvloer,
sprak je profetische woorden,
die de andere wereld,
in het heelal deed zweven.
Al
die jaren,
van vernedering getrotseerd,
heeft jou doen geloven,
in het hart van berouw,
dat iedere zenuw raakt.
Magisch,
die ene oranje dag,
toen je werd ontboden,
als een vrije sla(vin)af,
bij de meesteres.
Naast
elkaar liggend,
omringd door een rozenbed,
gehuld in het wit van onschuld,
vangt een laatste reis aan,
die van de terugkeer.
|