Verborgen leegte
Roman
Deel 1

De zeegolven waren woest en werden met het uur nog groter. Die nacht op grote zee zullen ze nooit meer vergeten. Het is orkaantijd en men kon niet meer terugkeren. Aan land blies de harde wind een woning en de bezittingen van een gezin meters verderop. De dag ervoor regende het de hele nacht door en de blikseminslag houdt iedereen in z'n wurggreep.
In een vissersboot, waarvan ze nog de naam herinnert The Lord is my shepherd, vertrekken ze op een vrijdagavond. Met grote stappen moeten ze uren lopen om de haven te bereiken, om de boot nog voor de afgesproken vertrektijd te halen. Deborah en haar man Wilfred kunnen nog net afscheid van hun achterblijvende familieleden nemen. Met een gebroken hart, lopen ze met hun schamele bezittingen in beide handen en op de rug. Hoe zeer hun rug en de vermoeide benen het ook deden, moeten ze door lopen om deze kans niet te missen.
"Eenmaal je een keuze hebt gemaakt en die vast staat voor het leven, kan je lotsbestemming je niet meer in de steek laten, dacht Deborah bij haarzelf." Zes maanden eerder zijn ze begonnen met de voorbereidingen voor deze overtocht. Veel weten ze niet van het eiland af, waar ze naar toe gaan. Het enigste wat zij wel weten dat er een olieraffinaderij is gevestigd, die op zoek is naar werknemers. Ondanks dat ze hier en daar hebben rondgevraagd, veel meer komen ze niet te weten. Sommigen zeiden dat het in de buurt van Puerto Rico ligt, anderen menen in de nabijheid van St. Croix en zelfs waren er die beweren dat het vlakbij ligt in de buurt van de Maagden eilanden, St. Kitts en Nevis. Familieleden zijn bezorgd, omdat ze niet eens weten of ze het levend zouden afbrengen.
Deborah meent alles mee te nemen die ze nodig heeft. Ze kent niemand op het eiland, die ze een brief kan sturen om een idee te geven van wat hen te wachten staat. Een brief zou immers te laat aankomen, nu er nog een paar dagen resteert voor hun vertrek. Het enigste dat ze goed bewaard heeft in een stuk papier, is de krantenadvertentie dat ze op zoek zijn naar werkkrachten. Samen met deze krantenpagina heeft ze een bidprent van Jezus en Moeder Maria. Die zijn allemaal verstopt in een plastic tasje met wat medicinale kruiden. Ze dacht aan hen die ze achterlaat en of ze met de tijd succesvol zullen zijn in het beloofde land. Zelf heeft ze geen voorstelling hoe het er allemaal aan toe gaat aan de andere kant van het Caribische gebied. Wat voor haar telt is dat ze haar eiland verlaat op zoek naar een toekomst en dat als het 's avonds wordt ze met een glimlach naar bed gaat. Deborah was in verwachting en het duurt niet lang meer.

Eindelijk zijn ze bij de haven aangekomen, waar ze een voor een in een boot moeten instappen. De moeders met hun overladen tassen in elke hand, proberen hun evenwicht te balanceren tussen het eigen gewicht en dat in hun hand. De vaders met hun Engelse hoed op en met vertwijfelde ogen, zoeken naar verklaringen voor hun besluit. De kapitein geeft hen die van boord dreigen te vallen een hand. De boot lost anker en begint zijn nachtelijke overtocht en koerst op de grote zee af. Een half uur nadat de boot de haven verliet, richt Deborah haar gezicht naar de hemel en met pretoogjes aanschouwt ze de donkere nacht die ooit ochtend moet worden als ze eenmaal voet aan wal zet. De boot met hun tienen aan boord beweegt tijdens de gehele reis aan alle kanten, terwijl je alleen het inktblauwe zeewater o je heen ziet. De uren lijken nu dagen, zonder te weten of ze in de goede richting afkoersten. Wat ze allemaal voor ogen hadden was dat eenmaal ze aan wal waren, de hemelspoorten voor hen zullen openen. Op een zeker moment begint het te regenen, ietwat Deborah nooit eerder heeft meegemaakt. Met een hoofddoek droogt ze haar gezicht af, terwijl ze met haar kleren een emmer vol mee kan vullen. In haar buik kan ze nu de bewegingen van het kind voelen, dat haar vrijheid reeds aankondigt. Zo nu en dan pakt ze het stukje papier met daarin het krantenbericht in gewikkeld en drukt dit tegen haar borst aan.
Het is 1934, het jaar toen de raffinaderij op Aruba net haar deuren opende en menskracht nodig had om te werken. Van de overige eilanden in het Caribische gebied emigreerden moeders en vaders om een betere bestaan op dit Indiaanse eiland op te bouwen.

In een lokaal dagblad heeft men kunnen lezen dat de Lago-raffinaderij arbeiders nodig heeft om als metselaar, timmerman, beveiligingsman, dienstmeid en loodgieter te werken. Op de eilanden is er niet veel te doen, velen verkeren in situatie van misère.
En zoals een gewoonte van vroeger gaat men overzee, zelfs door hun gezin voor een tijd te verlaten, om aan een baan en geld te komen. Velen van hen sturen geld met een postwissel om hun gezin te onderhouden. Zij die alleen die reis hebben ondernomen, laten hun gezinsleden na verloop van tijd overkomen. Van de alleenstaanden hoor je weinig meer, niet eens een brief ontving de moeder. Zij gaan aan wal en maken meteen deel uit van de gemeenschap door met een landskind te trouwen.
San Nicolas, waar de raffinaderij is gevestigd en het merendeel van de migranten wonen, was verlaten en gaf een bouwvallige indruk. 's Avonds is het nogal stil, in die tijd waren er geen auto's en kwam je haast niemand op straat tegen. Als je langs een woning loopt, veelal een houten optrekje, dan kun je de kerosinelamp zien die de huiskamer verlicht. Alleen de stem van een bejaarde vrouw kun je dan horen die in haarzelf iets zit te mompelen.
Meestal zit ze een verhaal te vertellen over ronddwarrelende boze geesten of van rare gebeurtenissen waarvoor geen verklaring bestaat. De kinderen zitten allemaal op de vloer aandachtig te luisteren naar een geschiedenis die nooit eerder is opgetekend. Soms komt het ook voor dat het door grootmoeder vertelde verhaal een zelfde is, alleen de namen veranderen.

"De migranten leefden allen met elkaar alsof in een groot gezin. Veel hebben ze niet om handen en de een helpt de ander als het nodig is. Er zijn die in een vroeg stadium werden gecontracteerd en zij kwamen met een vliegtuig naar het eiland. Zij konden meteen beginnen, terwijl anderen nog naar een baan moeten solliciteren. Het waren honderden mensen die tegelijk naar het eiland kwamen en die meestal allen een baan vinden. Vrouwen kregen meestal een baan als dienstmeid om in de huishouding te helpen of als verpleegster in het Lago-ziekenhuis te werken. Wanneer na enige tijd ook hun levensomstandigheden waren verbeterd, lieten zij grootmoeder, man, broers, ooms en zelfs de buurvrouw overkomen.
Iedereen leefde op grote voet totdat in de jaren vijftig de eerste ontslagen vielen. Velen van hen keerden naar hun eiland terug, anderen bleven achter om hun geluk op een andere wijze te beproeven. Sommigen kozen om kleermaker te worden. Iedereen zocht iets te doen en werkten dag en nacht om iets te bereiken. Er waren van die weken dat je geen emplooi kon vinden, maar de hoop op een volgende week werd niet opgegeven. Hen die geen geld hadden, leenden geld van hun buurman om de volgende week terug te betalen. Zo rezen de optrekjes met hun raampje als kruidenier uit de grond, waar men op krediet iets kon kopen. Wat je kon kopen was niet veel: kaarsen, ingeblikt voedsel, brood, lucifers, zeep, fruit, groente, blauwe zeep en schoonmaakartikelen."
"Maar groeide mama ook op in zo'n omgeving?", vraagt Violette aan haar moeder Leonore.
"Ja, wij verkeerden ook in zo'n situatie, voordat wij naar ergens konden verhuizen."
"Vertel iets meer hoe men vroeger de stad bereikten?"
"Op een ezel legden ze deze afstand af en soms duurde het uren of zelfs dagen voordat ze heen en terugkeerden."

Verborgen leegte

"Tegenwoordig zie je allerlei clubgebouwen, interrumpeerde Violette haar moeder.
Wanneer zijn die dan gebouwd?"


Teksto: © Quito Nicolaas
Derechonan reservá: Quito Nicolaas
Nada for di e texto aki por wordu copia di un manera ò otro sin autorisacion antemano di e autor.

Sigui lesa ......